sneeuw
Start neige sneeuw schnee snow

 

        


 

Krachtig strijkend

De plooien uit mijn jas,

Begin ik een wandeling

Om samen naar de sneeuw te kijken

 

Basho

 

 

Sneeuwpsalm

 

Vandaag noem ik Jou sneeuw,

Jij onuitputtelijke Schepper,

vergankelijk sterrekristal,

dat de naakte akkers bekleedt,

voor de zwervers de weg verstopt

en de armoedigste hutjes

vult met geborgenheid en inkeer.

 

Zwervende Jij, die voor de bomen ballast wordt,

die de dappere kraaien naar buiten gooit

de stilte in, en de dieren

uit de bossen naar de mensen toedrijft,

die de hulpeloze hulpelozer maakt

en de hulpvaardigen vaardiger.

 

Geluidloze, die het vertrouwde ontvreemdt,

zal Jouw volheid ons begraven,

zullen vloeken de lofprijzing verstikken?

Morgen misschien al zal Jouw wit ons

verblinden en begin Je te ontdooien.

Heerlijke! Dan noem ik Jou zon.

 

Christine Busta - Oostenrijk  

 

 

Midwinter

 

Een blauw schijnsel

stroomt mijn kleren uit.

Midwinter.

Tinkelende tamboerijnen van ijs.

Ik sluit mijn ogen.

Er bestaat een geluidloze wereld

er bestaat een kier

waardoor doden

de grens over worden gesmokkeld.

 

T. Tranströmer


't Hoorngeschal is nu verstild,

Raadsels in 't hart zijn gebleven,

Herfstsneeuw komt luchtig en mild

Over het croguetveld zweven,

 

Ruis nog maar voort, laatste blad!

Kwijn nog maar, laatste gedachten'

Nooit wou 'k verhinderen dat

Hij, die zo vrolijk was, lachte.

 

Ik heb de dierbare mond 't

Bittere grapje vergeven...

0, als je morgen hier komt

Over de sneeuwwitte dreven,

 

Dan gaan de kaarsen aan die

's Middags het vriendelijkst stralen,

En uit de oranjerie

Zullen we rozen gaan halen.

 

Augustus 1910, Tsarskoje Selo

A. Achmatova

 


 

BEVRIJD

Frisse sneeuw verstuift langs de voren,

't Pijnbos wuift in de frisse wind.

Geen vijandige stap meer te horen

In mijn land dat zijn rust hervindt.

 

Februari 1945

A. Achmatova

 

 

 

't Betraande najaar lijkt een weduwvrouw

Die, in het zwart gekleed, het hart doet schromen.

De woorden van haar man gedenkend, diep in rouw,

Laat zij haar tranen almaar stromen.

Zo gaat het tot de stilste sneeuw zich vlijt

Over die treurende, vol medeleven ...

Vergetelheid van pijn en zaligheid -

Daarvoor je leven zelfs te geven.

 

15 september 1921, Tsarskojee Selo

 

A. Achmatova

 

 

 

Alleen de sneeuw

 

Ik denk aan God en niet zozeer

aan sneeuw. Dat is niet waar.

God denkt aan mij en hij vreet mij op.

Niemand denkt aan om het even wie.

Een kleine kar gaat door de straat.

Sneeuw valt als hij valt.

God is een volkomen vreemde,door niets geplant.

Ik zou mijzelf willen planten als een wilg.

Ik zou mijzelf willen planten als het gras.

Om dan daarop neer te vallen als de sneeuw, zacht.

Het zou inslapen en ik zou Gods deken onthullen, mijn

Huid, en zou verdwijnen over straat, in de nacht.

Gisteren kwam ik langs een deur.

Een klapdeurtje, van knie tot borst.

Ik wilde weten of er een engel was daarbinnen.

Het was alleen een oude man met een sombrero.

Met donkere huid en nog donkerder ogen.

Ik schonk mijn tequila te vol.

Ik sloeg hem achterover.

Het geluid was anders dan

Dat van water uit een kraan.

Ik moet tequila drinken.

Ik moet een boom zijn, geplant in de aarde, en stoot de deur open.

Ik moet de engel tegemoet gaan.

 

Tomaz Salamun

 

 

 

Zelfs een paard

Is een gebeurtenis,

Ik moest wel stoppen om te kijken

Op deze besneeuwde ochtend

Basho

 

 


ZWARTE ANSICHTEN

 

I

Agenda volgeschreven, toekomst een vraag.

De kabel neuriet een volksliedje zonder vaderland.

Sneeuwval in de loodstille zee. Schaduwen

slaan tegen de kade.

 

II

Midden in het leven komt soms de dood

en neemt mensen de maat. Dat bezoek

wordt vergeten en het leven gaat door. Maar het kostuum

wordt in stilte gestikt.

 

T. Tranströmer



 

Het sinistere wit van de sneeuw. De lage, grijze zoldering van de hemel. De wolken als neergeslagen dieren over de daken. De vaalheid van de vleugel of de ruimte als een metalen plaat boven onze hoofden. Stad van bleek gewoeker. Anderen zullen naar je kunnen kijken met een blijmoediger hart. Nooit de vogel die nooit rust of verblijf in je vond.

Jose Angel Valente

 

 

Ik ga zo ver mogelijk

Hoe hoog de sneeuw ook ligt

Tot ik struikel en val,

Kijkend naar het witte landschap.

 

Basho

 

 

 

 

SNEEUW

 

in memoriam Hans Henny Jahnn

 

De sneeuw jaagt,

het grote sleepnet van de hemel,

het zal de doden niet vangen.

 

Nu heeft de sneeuw zich

weer bedacht.

Hij stuift van tak tot tak.

 

De blauwe schaduwen

van vossen loeren

vanuit de hinderlaag. Ze ruiken

 

de witte

keel van de eenzaamheid.

 

Peter Huchel

 

 

HET HUIS EN DE HANDEN

 

Twee handen waren als een huis.

Ze zeiden :

trek bij mij in.

Geen regen, geen vorst, geen angst.

Ik heb in dat huis gewoond

zonder regen, zonder vorst, zonder angst

tot de tijd het af kwam breken.

 

Nu zwerf ik weer langs de wegen.

Mijn jas is dun. Er is sneeuw

op komst.

 

Rolf Jacobsen

 

 

Slechts halverwege

Naar de oude hoofdstad,

En boven mijn hoofd

De wolken, zwaar van sneeuw.

 

Matsuo Basho


 

Zonder te vermelden

De schoonheid van de sneeuw

Schittert de berg Tsukuba

In zijn purperen mantel

 

 

 

Krachtig strijkend

De plooien uit mijn jas,

Begin ik een wandeling

Om samen naar de sneeuw  te kijken.

 

Ik ga zo ver mogelijk

Hoe hoog de sneeuw ook ligt

Tot ik struikel en val,

Kijkend naar het witte landschap.

 

Matsuo Basho

 

 

 

39

Der Schnee verwandelt die Welt in einen Friedhof.

Aber die Welt war bereits ein Friedhof,

und der Schnee kam nur, um es bekannt zu machen.

 

Der Schnee kam nur, um mit seinem

gliederlosen, dünnen Finger auf den wahren

und aufsehenerregenden Darsteller zu zeigen.

 

Der Schnee ist ein gefallener Engel,

ein Engel, der die Geduld verlor.

 

39

La nieve ha convertido al llundo en cellenterio.

Pero el llundo ya era un cellenterio

y la nieve sólo ha venido a publicarlo.

 

La nieve sólo ha venido a seiialar,

con su delgado dedo sin ariiculaciones,

al verdadero y escandaloso protagonista.

 

La nieve es un ángel caido,

un ángel que ha perdido la paciencia.

 

Roberto Juarroz - Vertikale Poesie

 

 


 

 

Goed en slecht weer

Het deert mij niet als buiten

de winter nevel, wolken en kou verspreidt.

In mij is het lente, werkelijke vreugde.

Het lachen is een zonnestraal, geheel en al van goud,

er is geen andere tuin zoals de liefde,

de warmte van het lied brengt alle sneeuw tot smelten.

 

Wat nut heeft het dat buiten

de lente bloemen doet ontbloeien en groen uitzaait!

Ik heb winter in mijn binnenste, als mijn hart verdriet heeft.

Het steunen overschaduwt het felst stralend zonlicht;

als je verdriet hebt lijkt de meimaand op december,

kouder zijn de tranen dan de koudste sneeuw.

 

September 1893

K.P. Kavafis

 


Gezegend,

is deze zuidelijke vallei

waar een zachte wind waait –

vage geur van sneeuw.

 

Matsuo Basho


 

De noordenwind

De noordenwind is o zo koud,

De sneeuw die valt is o zo dik-

Als jij aan mij je liefde schenkt,

Neem ik je hand, ik zal je volgen!

Je bent zo sloom, je bent zo traag

En het heeft haast!

 

De noordenwind, die snerpt en joelt,

De sneeuw die valt dwarrelt en stuift –

Als jij aan mij je liefde schenkt,

Neem ik je hand, ik word je vrouw!

Je bent zo sloom, je bent zo traag

En het heeft haast!

 

Er is niets roder dan de vos,

Er is niets zwarter dan de raaf-

Als jij aan mij je liefde schenkt,

Neem ik je hand, ik deel je wagen!

Je bent zo sloom, je bent zo traag

En het heeft haast!

 

Uit de Oden van Bei

 

 

Sneeuw op de rivier

Honderd heuvels – vogels vlogen heen,

Duizenden paden – zonder spoor van mensen.

Eenzaam een boot: onder strocape en riethoed zit een oude man

Alleen te vissen in de sneeuw op de koude rivier.

 

 

 

Bij een bezoek aan de berg de Taiping

 

Stenen zo steil: de hemel wordt gedeeld,

Bomen gekruisd: de zon is onvolledig.

De koele beek doet voorjaarsbloesems vallen,

De koude rots behoudt de zomersneeuw

 

Kong Zhigui

 



 

Lied van witte sneeuw, ten uitgeleide van administratief- assistent Wu bij zijn terugkeer naar de Hoofdstad  

De noorderstorm rolt aarde op en witte grassen breken: De Hunse hemel, Achtste Maand, en stuiven doet de sneeuw!  

Opeens was midden in de nacht een lentebries gekomen: Op honderd bomen, duizend bomen bloeit de perebloesem!  

 

Zij dringt door paarlen deurgordijnen, weekt door zijden klamboes,

Geen vossebont is nu nog warm en zijden dekens slinken.

 

De generaal is niet in staat een hoornen boog te spannen.

De resident kan door de kou geen ijzeren harnas dragen.

 

In elke richting op de steppe: honderd voet van ijs.

De droeve wolken, zwart en zwaar, zijn duizend mijl gestold.

 

Het hoofdkwartier bereidt een feest want iemand gaat terug,

Met Hunse citers, platte luiten, Tibetaanse fluiten.

 

De late sneeuw danst driftig neer op de kazernepoort,

De storm rukt aan de rode vlag: bevroren en onwrikbaar.

 

Bij Luntai's oosterpoort doen wij u uitgeleide,

Nu u vertrekt bedekt de sneeuw de Hemelbergenweg.

Waar bergen keren draait de weg zodat we u niet zien

En in de sneeuw blijven alleen de sporen van uw paard.


 

Voorjaarssneeuw

Het nieuwe jaar bleef nog geheel van geur en bloei verstoken,

De Tweede Maand verrast ons pas door gras dat uit gaat lopen.

De witte sneeuw is kwaad omdat de lentekleuren talmen

En stuift met opzet door de bomen als hun bloesemblaadjes

 


 


           

canandanann 26-08-2010

    

blog:  http://waarnemingvandewerkelijkheid.blogspot.com

paintings: http://landscape.canandanann.nl